Toon is duivenmelker in hart en nieren: ‘Ik vind het gewoon skon’

Toon Peels wacht op de komst van zijn duiven
Foto: Evert Meijs

Binnenkort is het weer dierendag, op 4 oktober. In aanloop daar naartoe werpt Valkenswaard Nieuws haar licht op duivenmelker Toon Peels uit Valkenswaard, die al veertig jaar bezig is met zijn hobby. Het kweken van de duiven, het groot brengen en het aanleren van vluchten tot duizend kilometer is zijn passie.

“Toen ik jong was, ging mijn vader regelmatig naar Van Daal”, begint Toon te vertellen. “Die werkte ook bij de sigarenfabriek. Van Daal had duiven, en ik mocht af en toe meekijken. Ik vond dat spannend.”

Vanuit zijn luie stoel vertelt de duivenmelker dat hij Van Daal enkele jonge duiven kreeg, zonder ring. “Ik was twaalf. Binnen twee jaar hadden we al één hok met duiven voor honderdvijftig gulden. Mijn vader was inmiddels ook duivenhouder geworden. Ik ging op mijn veertiende voetballen bij FC Valkenswaard. Mijn vader zette de hobby nog enkele jaren voort.” In de verkeringstijd met Chris leerde hij nog meer kneepjes van zijn aanstaande schoonvader, die ook duivenmelker was in Oud-Turnhout.

Tekst gaat verder onder de foto

In 1980 ging Toon bij de duivenclub. “Dus ik ben bijna veertig jaar lid”, zegt hij trots en vertelt over de twee verenigingen die er toen nog waren. “Binnenkort viert de vereniging haar jubileum”, berekent hij. “Ons clublokaal is een huisje dat voorheen van de spoorwegen was.” Toon is één van de ‘vliegende leden’, in tegenstelling tot rustende leden. In de Willibrorduslaan had hij al een duivenhok, eenmaal in de Bosstraat zette hij er nog een stuk bij: 18 meter in totaal. “Ik speel alleen maar fond; met vluchten van 800 tot 1000 kilometer. Je hebt daar een ander soort duiven voor nodig dan voor kleine vluchtjes.”

Kwekers

In de kooi in zijn tuin is een aparte afdeling ingericht voor vijf koppels voortplantingsduiven; ‘kwekers’ genaamd. “Een duif is zijn leven lang trouw aan zijn duivin. Ik heb nu ongeveer 45 langeafstandsduiven. In 2013 ben ik gaan minderen. Op dat moment had ik er zo’n 120.“ Volgens Toon broedt zowel de vader- als de moederduif op de eieren; de één steeds gedurende de ochtend (de duivin), de ándere altijd ’s middags. Na zo’n zestien dagen komen er altijd twee eieren. De jongen groeien op bij de ouders en worden na twee weken geringd. “Na vier weken gaan ze weg bij de ouders, want die hebben dan weer een nieuw broedsel”, vertelt Toon.

Tekst gaat verder onder de foto

Rondom de vluchten komt heel wat kijken. Toon: “Behalve de vaste ring, krijgt de wedstrijdduif ook een rubberen ring voor de vlucht. Zodra het diertje weer thuis komt in de kooi, haal ik er de rubberen ring meteen af. Deze stop ik in een klok en wordt precies aangegeven hoe laat het is als die ring in de klok verdwijnt.” Toon laat een klok (zie bovenstaande foto) zien. Deze is nog verzegeld door de vereniging. Er zit een echt uurwerk in, een stempel die de tijd stempelt, een rolletje papier waar de stempel op komt, en dertien vakjes voor dertien rubberen ringen.

Toon geeft hooguit vier duiven mee. “Maar er zijn er ook die vijfentwintig duiven meegeven met de vrachtwagen. Op donderdagavond worden de duiven ingemand en de duivenklok in werking gezet. Op vrijdag worden de duiven meestal gelost om op zaterdag weer thuis te komen”, legt Toon uit. Nadat de ring in de klok is gedaan, belt hij onmiddellijk naar de vereniging om de aankomsttijd door te geven.“ Toon is één van de weinigen die nog een traditionele klok gebruikt. “Steeds meer duivenmelkers gebruiken een elektronisch systeem. Maar ik houd het bij het oude; veel boeiender.”

Dan trekt Toon een duivenmelkersjas aan en laat de duiven zien in de kooien. Begrijpelijk dat hij deze sport ‘gewoon skon’ vindt.

Like onze FACEBOOKPAGINA of schrijf je in voor de NIEUWSBRIEF en mis niets
Valkenswaard Nieuws is onderdeel van Klinkr Media. Meer info? Bezoek KlinkrMedia.nl